anne-sophie

anne-sophie

Mijn weblog

Hier zijn mijn belevenissen te volgen, geschreven tegen alle regels van de Nederlandse schrijfvaardigheid in.

“Le silence est l’interprète le plus éloquent de la joie”

AmsterdamPosted by Anne-Sophie Sun, April 19, 2009 19:20:15

… Maar nu ben ik, nog steeds vrolijk, toch terug.


Ik heb maanden geleden een postkaartje gekocht bij de HEMA “groeten uit Amsterdam” met een stralende zon en een paar palmbomen. Ik denk dat de tijd gekomen is om het te versturen! Amsterdam baadt dezer dagen in de zon, de tijd om te flaneren in korte mouwtjes is aangebroken, evenzo de tijd om na de les op een terrasje neer te strijken voor een verse jus d’orange en de tijd om in het park onder een bloesemende wilg te gaan liggen en voorbijvarende bootjes te tellen.
Om binnen te zitten is het alleszins te warm, en daarom hebben Jo en ik onze wekelijkse eetafspraak laatst buitenshuis gehouden. “Goodies” was the place to be: een restaurantje in de negen straatjes, het Trastevere van Amsterdam. De bankjes zijn er charmant witgelakt, de kok is er getalenteerd, er is alleen kaarslicht en een romantische ziel als de mijne kan er, door de steeds openstaande deur, het water –van de overal nabije grachten- rustig horen ruisen.
De zon lokte ook erg veel Belgisch bezoek. Brecht, Judith, Pieter en ik leerden het Vondelpark boomballen bij nacht.

Het was een onverwacht succes, waarna Judith en ik meteen plannen maakten voor de commercialisering. We hadden een bijzondere babbel met Anne van Veen, en we lunchten op het dak van de mooiste bibliotheek die ik ken.

Joachim en Toos kwamen ons daar ‘s namiddags vergezellen in de zon, en bleven een paar dagen plakken. We gingen samen naar het fotomuseum en kregen er kippenvel bij het Monroe-portret van Avedon.

Om jullie, voor ik verder ga met deze opsomming van de alledaagse heerlijkheden waaruit mijn leven tegenwoordig bestaat, van het idee te ontdoen dat ik hier alleen maar in een hangmat lig te zonnen, zal ik het even over mijn nieuwe werk hebben. Ik fiets urenlang in de zon door Amsterdam, op zoek naar basisscholen, waar ik dan bij een kopje koffie ga horen wat ze zoal aan taalbeleid doen. In werkelijkheid gaat het er iets gestructureerder aan toe, maar in het kort komt het daar wel op neer. Het urenlang fietsen is in elk geval niet overdreven. De scholen liggen meestal in mij onbekende uithoeken van Amsterdam. Ik moet het zien als een kans om de stad te ontdekken, want mijn contract houdt helaas geen rekening met mijn oriëntatie-onvermogen. We worden maar een uur verplaatsing betaald. Gelukkig verdwaal ik steeds minder, en worden de dagen van paniekerig en buiten adem een school binnenvallen, steeds schaarser. Fiets Louise en ik nemen ’s morgens vroeg de eerste veerboot naar Amsterdam noord. In mijn fantasie speel ik dan schipper mag ik overvaren, in werkelijkheid sta ik een kwartiertje met mijn ogen dicht op het dek in de zon.

Nee, echt! Ik werk hard… Ach, laten we het erop houden dat ik er met dit werk weer in geslaagd ben het aangename aan het nuttige te koppelen?

Mijn avonden breng ik ook al aardig door. Ik kreeg onlangs van Suzet gratis kaartjes voor Paradiso, een oude kerk op het Leidseplein, omgebouwd tot een hip uitgaansding, met een alternatieve toets alla Vooruit. Ik ging naar het toneel met Jo, in de stadsschouwburg. De antieke Medea liet ons nadenken over alle drama’s van deze tijd. Wordt Medea niet onterecht gek verklaard door de geschiedenis? Is het niet net een heel wijze en dappere vrouw, die haar kinderen wil behoeden voor het landloos zwerven door een vijandige wereld? En dan worden er op scène pannenkoeken gebakken. Er wordt gedanst en gezongen en met Legoblokken gespeeld. En wij konden naar huis.

En dan blijven nog de weekends over. Ik was enkele weken geleden in Leiden, bij mijn Italiaanse vriendin Giovanna, die er na een erasmusjaar definitief heen verhuisd is. Haar hart achterna. Ik was een weekend in Bologna met Margot, om er pasta met verse truffel te eten, en er te dolen door de universiteitsbibliotheek. Ik was ook een avond met Els in Maastricht, waar we toen Victor Reinier voor Flikken achter een gangster aan zagen rennen. Ik was ook nog een zondag in Brussel, om er Harry Mulisch te ontmoeten

en passe-partouts te knippen voor Toos. En net ben ik terug van een feestje in Utrecht.

Verder niet veel nieuws. Ik bega af en toe een stommiteit, zoals het eten van rauwe kip en het oplopen van een serieuze blauwe plek, wanneer ik onhandig op de bagagedrager van mijn grote baas probeer te springen. Ik was zelf niet met de fiets, en ze bood mij een lift aan, ervan uitgaand dat ik fysiek net zo handig ben, als in het schrijven van verslagen. Niet dus.

Maar elke dag denk ik verschillende keren: hier wil ik nooit meer weg. Als ik door op mijn tenen te staan en een paar keer te springen nét bij de laatste fles vers AH-paassap kan (met ananas, açerola, mandarijn en appel). Als ik voor Margot een blender ga kopen bij de HEMA, tussen de kinderen met Jip en Janneke laarsjes. Als ik lees dat Bas en Michel volgens de NY Times in een van de hipste straten ter wereld wonen, en wij er een etentje houden met Koninginnedagpudding als toetje, zelfs bij het missen van mijn NS-trein, het nemen van een Amsterdamse douche of het uitspuwen van de reepjes rauwe AH-kip...





  • Comments(1)//anne-sophie.vanwesemael.eu/#post61